De Taal
Een deel van de bevolking van Skåne praat in het Skånsk dialect, dit is een groep dialecten die gesproken worden in Skåne (met wat varianten in de omliggende provincies). Sommige Scandinavische taaldeskundigen vinden het een Zweeds dialect, terwijl anderen het een Deens dialect vinden. Het is hoe dan ook erkend als een officiële taal door SIL internationaal. De erkenning door SIL omvat de dialecten die gesproken worden in Halland, Blekinge en het Deense eiland Bornholm. De reden dat Skånska als een officiële taal wordt gezien is puur historisch en etnisch. De taal voldoet niet aan moderne criteria om een aparte taal te zijn naast het Zweeds, omdat het teveel lijkt op andere dialecten. Het dialect wordt door de Zweden dan ook niet gezien als een taal.
Vandaag de dag zijn er een aantal zangers die met een Skånsk dialect zingen. Verschillende presentatoren en zangers praten in het Skånska om te laten horen waar zij vandaan komen. Recent zijn er ook Skånsk woordenboeken uitgegeven, de meeste zijn op komische wijze geschreven. Omdat er geen standaard bestaat in het Skånsk, is er geen duidelijkheid over welke woorden in het woordenboek mogen.
Van Zweeds naar Skånska
Om het verschil tussen zuiver Zweeds en zuiver Skånsk aan te geven, staat hier een stappenplan voor het omzetten van een Zweedse tekst naar een Skånsk tekst.
Stap 1
A) Vervang de p, u, k in het woord naar respectievelijk b [v], d, g, na elke klinker.
Voorbeeld: gata » gada, köpa » köba, kaka » kaga, sitta » sidda.
B) De uitgangen of de eindletters -at, -et, -er, -ret, -eln, -ig worden veranderd naar -ad, -eed, -or, -ort, -elen, -i. Deze uitgangen worden ook behouden als het woord verlegd moet worden.
Voorbeeld: mat » mad, huset » hused, skriver » skrivor, fönstret » fönstrort, tunneln » tennelen, viktig » vikti, viktiga » viktia
C) Na n en r wordt de d vaak verstomd zodat nd, nn wordt en rd, r wordt.
Voorbeeld: hund » hunn, jord » jor.
Stap 2
D) De meeste e- / ä-klanken + r worden vanzelfsprekend omgezet naar arr, hetzelfde met ö-klanken + r, deze worden orr.
Voorbeeld: märke » marrke, verka » varrka, förstå » forrstå.
E) Afkorten van korte woorden
Voorbeeld: och -> o, är -> e, var -> va, vad -> va, jag -> ja, mig -> majj, dig -> dajj, sig -> sajj, de -> dom, till -> te, upp -> opp, inte -> ente, någon -> nån, något -> nåt, några -> nåra, tog -> to, todd -> sto, med -> mä, också -> åsså, vilken -> vikken, huvud -> hue, ett -> itt.
F) Taaleigen of voltooideelwoorden
Voorbeeld: avundsjuk » forrtröden, skottkärra » rullebör , där borta » darr hänne, granne » nabo, kvarn » mölla, ved » bränne, ficka » lomma, ruggig » puged